SMART gaat over het (beoogde) resultaat van een opdracht of project,
FUZZY meer over hoe dat te bewerkstelligen:
Zorg ervoor dat het project feestelijk, uitdagend, zuiver en zinnelijk is en, yes, blijf er positief over. Het simpele feit dat FUZZY bedacht is duidt erop dat het niet voor zich zelf spreekt.
En inderdaad, als t anders is gaat een project of opdracht ‘op werk lijken’. FUZZY is dus bedacht om de moed er in te houden - dus juist wel om te volharden 😛
“De criteria in SMART zijn zelf doelstellingen voor het programma van eisen voor een project of een opdracht”, volgens http://nl.wikipedia.org/wiki/SMART-principe en is daarmee bedoeld om “managers te dwingen gerichte opdrachten te geven”.
Die opdrachten komen tot stand in de ‘bovenste helft van de creatiespiraal’. Dat zijn de fasen van inspiratie; laat die vooral FUZZY verlopen. SMART is daarin contraproductief, zelfs tot ‘een uur of 5: plannen’ wanneer de opdracht uiteindelijk geformuleerd wordt.
De ‘onderste helft van de creatiespiraal’ zijn de fasen (van transpiratie) waar dromen en ideeën de harde werkelijkheid tegenkomen. Vage, veranderlijke formuleringen werken dan zeer frustrerend.
Die dragen dan niet bij aan de ‘feest’-vreugde; ‘uitdagingen’ zijn op zich ok maar die biedt de werkelijkheid al plenty; ‘zuiver’ formuleren? Ja natuurlijk, namelijk SMART; met ‘zinnige’ -op gevoel gebaseerde- oordelen stuur je de ontwerper het bos in, geef die asjeblieft objectieve -of op zn minst objectiveerbare- criteria; en dan nog aankomen met ‘yes’?
FUZZY is dan niet op de juiste plaats, althans niet als enige richtlijn.
Er is dus een tijd voor FUZZY en een tijd voor SMART.
Zorg ervoor dat het project feestelijk, uitdagend, zuiver en zinnelijk is en, yes, blijf er positief over. Het simpele feit dat FUZZY bedacht is duidt erop dat het niet voor zich zelf spreekt.
En inderdaad, als t anders is gaat een project of opdracht ‘op werk lijken’. FUZZY is dus bedacht om de moed er in te houden - dus juist wel om te volharden 😛
“De criteria in SMART zijn zelf doelstellingen voor het programma van eisen voor een project of een opdracht”, volgens http://nl.wikipedia.org/wiki/SMART-principe en is daarmee bedoeld om “managers te dwingen gerichte opdrachten te geven”.
Die opdrachten komen tot stand in de ‘bovenste helft van de creatiespiraal’. Dat zijn de fasen van inspiratie; laat die vooral FUZZY verlopen. SMART is daarin contraproductief, zelfs tot ‘een uur of 5: plannen’ wanneer de opdracht uiteindelijk geformuleerd wordt.
De ‘onderste helft van de creatiespiraal’ zijn de fasen (van transpiratie) waar dromen en ideeën de harde werkelijkheid tegenkomen. Vage, veranderlijke formuleringen werken dan zeer frustrerend.
Die dragen dan niet bij aan de ‘feest’-vreugde; ‘uitdagingen’ zijn op zich ok maar die biedt de werkelijkheid al plenty; ‘zuiver’ formuleren? Ja natuurlijk, namelijk SMART; met ‘zinnige’ -op gevoel gebaseerde- oordelen stuur je de ontwerper het bos in, geef die asjeblieft objectieve -of op zn minst objectiveerbare- criteria; en dan nog aankomen met ‘yes’?
FUZZY is dan niet op de juiste plaats, althans niet als enige richtlijn.
Er is dus een tijd voor FUZZY en een tijd voor SMART.
Het probleem met geld ligt niet zozeer aan het geld zelf, abstract of niet, maar wat het met mensen doet. Of eigenlijk wat mensen er mee doen, want feitelijk bestaat geld niet. Het is een gedeeld denkbeeld, net als spoken, draken en goden dat zijn.
Doordat iedereen in geld gelooft werkt het. En het is als hulpmiddel enorm succesvol.
Geld staat zelfs zo centraal in onze perceptie dat we het als een doel op zich zijn gaan zien.
Een goede baan, bijvoorbeeld, is er één die goed betaalt. Dat is waar we onze kinderen klaar voor stomen gedurende heel de jeugd. Waarmee heel wat levens in een ongewenste richting zijn geforceerd. (Niet dat van mij, overigens.)
Maar geld blijft een middel, geen doel. Dat is waar het fout is gegaan.
We zijn vergeten dat geld staat voor -ooit- geleverde waarde. Niet in de zin van prijs, maar als de bevrediging van een behoefte van iemand.
De transactie is grotendeels hetzelfde maar de sfeer wordt er mee verziekt.
Als producenten zijn we onze klanten als prooidieren gaan zien; als consumenten zijn we daarom op onze hoede voor die producenten. In plaats van ze als redders te zien die onze noden komen lenigen. De mooipraterij in de marketing maakt het er alleen maar erger op.
Resultaat: wantrouwen, cynisme en achterdocht.
Het is wel overal zo en het is altijd zo geweest, maar moet dat nou per se zo? Is dat nou samen-leven?
Diep in de menselijke natuur zit verankerd wat wel de ‘emotionele boekhouding’ genoemd zou kunnen worden. Het zit zelfs al bij aapjes. Je zou het ook de ‘sociale boekhouding’ kunnen noemen. (Vreemd genoeg heeft alleen de ‘financiële’ boekhouding geen bijvoeglijk naamwoord nodig. Een teken dat we van onze natuur vervreemd zijn?)
In onze ingebouwde ‘emotionele’ of ‘sociale’ boekhouding houden we allemaal bij wat iemand voor ons betekend heeft. En net als in de ‘financiële’ boekhouding weet je van iedereen of je er nog iets van te verwachten hebt of juist dat er nog iets van jou verlangd wordt, maar dan intuïtief. Op basis van uitgewisselde WAARDE, subjectief.
We weten het wel maar kunnen het niet kwantificeren, en zeker niet met een nauwkeurigheid van eurocenten.
Hoe zou t zijn als we dit aangeboren systeem nieuw leven konden inblazen. Naast geld, in te bouwen in het geldsysteem, of in plaats er van?
Vanouds bestaat het natuurlijk gewoon. En met sociale media zouden we t kunnen versterken. En hoe zorgen we ervoor dat de overheersende rol van de ‘financiële’ boekhouding teruggedrongen wordt?