Aanbevolen post

Mijn politieke programma op 1 A4-tje

Als Geert het kan, kan ik het ook, dacht ik, dus: Samenleven is het alternatief voor ieder-voor-zich-met-het-recht-van-de-sterkste-als-ge...

06 juli 2016

beperking van wetenschap

Een wetenschappelijke theorie is gebaseerd op hypotheses. Stellingen van het type "als a dan b".
Het handwerk van de wetenschap is het toetsen van hypotheses. Dat toetsen doet men -vooral in de menswetenschappen- op basis van steekproeven, omdat het ondoenlijk is om de hele populatie voor elke hypothese te meten. Dat zou nodig zijn voor 100% zekerheid. Het betekent echter dat zo'n toetsing er ook naast kan zitten.

Om praktische redenen kiest men er voor om hypotheses ~voor waar aan te nemen~ waarvan voor 95% zeker is dat ze geldig zijn. Die grens, die willekeurig gekozen is, noemt men de p-waarde: p=0,95.

Als we het over wetenschappelijke zekerheid hebben komen we dan dus nooit verder dan 95% zekerheid.
Voor één hypothese.
Maar stel je een theorie voor als samengesteld uit opeenvolgende hypotheses. Hoe meer hypotheses des te minder zekerheid je dan voor zo'n theorie kunt verwachten.

Met twee hypotheses hebben we 0,95×0,95 = 0,90 zekerheid.
Met veertien hypotheses is de zekerheid van de geldigheid van de theorie gedaald onder de 50%. Reken maar uit: 0,9514 = 0,4877.
Zo'n theorie kan dus net zo goed geldig als ongeldig zijn. Eigenlijk weet je dan dus niets.

Met meer dan vijf hypotheses heb je minder dan 75% zekerheid. Dat is halverwege ~niets weten~ en ~maximale zekerheid~.

De soep wordt niet zo heet gegeten als hij hier wordt opgediend. Theorieën zijn, bijvoorbeeld, vaker verweven netwerken dan lijnrechte ketens van hypotheses. Inconsistenties komen ook op andere manieren aan het licht.
Maar in principe dit is wel een, onvermijdelijke, beperking van ons weten = de wetenschap.

31 mei 2016

roofeconomie

Veel mensen zijn voortdurend bezig om te zoeken naar manieren om met zo min mogelijk moeite zo veel mogelijk geld binnen te harken. Het zijn niet alleen de sluwe ondernemers die dat gedrag vertonen. Het is heel menselijk. 

Het klopt natuurlijk niet. Want geld staat voor waardering. Eigenlijk wil men dus gewaardeerd worden voor iets dat men niet gedaan heeft.

Eén effect is geldontwaarding. We bederven met ons allen de waarde van de Euro.

Een ander effect is dat we de sfeer verzieken. Door zo min mogelijk te willen doen voor zo veel mogelijk geld krijgt de klant een teleurstelling te verwerken. Telkens een kleine teleurstelling. Op zich net niet groot genoeg om je over op te winden, maar door de voortdurende opeenstapeling gaan we mekaar steeds meer in de weg zitten. 

Ik heb het gevoel dat dat de reden is voor het algemene onbehagen dat door het land, door Europa, en door de wereld waart.

Maar het staat ieder vrij om dat om te draaien. Een klein stapje méér doen dan verwacht wordt. Je klanten verrassen.
Dan zijn ze positief blij met je dienst en daar word je zelf ook blij van. Mijn ervaring. Ze zijn dan zelfs geneigd je meer te betalen dan je gevraagd hebt.

20 mei 2016

grafrede voor mijn vader

eerste deel

allereerst: het laatste nieuws

Lange periode van aftakeling ...
... Zoveel aandoeningen en ingrepen dat ik er zelf al een halve medicijnenstudie op heb zitten ...

Van zijn bewegingsapparaat was niet veel meer over, maar zijn hart sleurde hem overal doorheen.
... helder van geest ... tot bijna op het laatst

Na het grote infarct van vrijdag 6 mei konden we niet goed contact meer krijgen. Hij heeft nog een paar woorden en een paar namen kunnen zeggen. Maar hij was ook erg suf, en toen het niet lukken wilde kon ik hem vrij gemakkelijk in slaap sussen.

Ik ben erg opgelucht dat het einde tamelijk rustig is gekomen.

dankwoord vooraf

Daarmee kwam een eind aan een periode van intensieve zorg. Daarom past nu onze waardering voor de onvermoeibare inzet van Thea, Joke, Ria, Mariska, Ingrid, zonder de andere dames van Icare (en een enkele heer) tekort te willen doen. 

En niet te vergeten van mijn moeder!
De voorlaatste keer dat we dachten dat Pap dood zou gaan vroeg ik hem of hij een een goed leven had gehad. 
Ja. 
Wat was het mooiste in je leven? 
Je moeder.

Maar, Mam,
jij hebt je nu wel lang genoeg voor anderen ingezet. Wat was het, in 62 jaar, 87.000 maaltijden klaargemaakt? 
Na deze dag wil ik eigenlijk alleen nog maar kaartjes van je zien uit verre landen. Ofzo. Nu is het tijd voor jezelf. Het kan nog. Laat de boel de boel!

nagedachtenis

Laten we nu zijn cv eens doorlopen. n dijk van n cv, al heb je daar niets meer aan met 89
ANP - lijst



ANP publicaties



zijn eigen "kantelmomenten":
Economie ipv Geschiedenis 
Diensttijd gezag inzicht
NV Bergkwartier
IJselbrein
Beel Diepenveen?
Aankoop lageweg12, ASM, crash Mercedes
RuG Pim Fortuyn / Werkkring RuG
Boekhoudprogramma 
Kinderen

Ik denk dat zijn innerlijke drijfveer was Heel precies optekenen hoe de dingen zijn - rasboekhouder
Ook: genealogie, oude fotoalbums

In combinatie met zijn mensenkennis, totale integriteit, en loyaliteit is hij er ver mee gekomen.

Niet te vergeten zijn energie. Irritant gewoon soms. Vooral s morgens vroeg.
Die kreeg hij, heeft ie me s verteld, elke morgen als hij wakker werd, met de gedachte: ze zijn weg (De Duitsers)

Maar het liefste zocht hij de afzondering.
... Wat een nerd is, Dat hij zelf een een nerd is.

vader van mij

Hij heeft echt zijn best gedaan om me op te voeden. 
Zo maar een greep:
Elke zaterdag naar de bieb.
Nam me voor dageraad de natuur in om vogeltjes te kijken. 
Sloot me op totdat ik wiskunde begreep. En waarachtig!

Mijn morele kompas. Personificatie van mn geweten.
Altijd is er een stemmetje (zijn stem) dat me influistert wat hij er van zou vinden. Want ik moest alles wel eens bij hem verantwoorden.

Dat botste natuurlijk wel eens. Want hij was, hebben wij wel eens plezierig vastgesteld in zn hart een 19e eeuwer maar levend in 21e eeuw.

Vader - zoon tegenstelling: in ons geval: hoe sta je tegenover de risico s van het leven? 
Hij koos voor veilig, het zekere voor het onzekere. 
Ik meer van: laten we s kijken wat er gebeurt, en: dat lossen we dan wel op. 
Hij heeft mij verteld dat hij voor elke eventualiteit een 'protocol' klaar had liggen.

En ja mijn aanpak gaat wel eens fout;
zijn verhaal bijvoorbeeld

Zo denk ik - zegt het stemmetje - dat hij zou vinden dat ik zijn kist niet zelf had moeten timmeren. Ik heb het toch gedaan.

Maar voor elkaar hadden wij geen geheimen.
We hadden elkaar alles gevraagd, alles verteld wat we op t hart hadden.
Hij kan in vrede rusten. 
Wij kunnen in vrede verder leven


deel 2

In Pap zn codicil stond de wens dat wij zouden scheiden op muziek van Valerius gespeeld op het carillon van de Drommedaris in Enkhuizen. Dit klonk in de oorlog om de mensen een hart onder de riem te steken omdat, ondanks alle ellende, het leven toch doorgaat.

16 april 2016

Black box thinking, door Matthew Syed

Mijn impressie van het boek dat ik had willen schrijven: Black Box Thinking, door Matthew Syed. (Afgezien van een enkele blinde vlek mijnerzijds, en al had ik het een andere titel gegeven.)
Kort samen gevat: van je fouten moet je leren, maar waarom is dat zo moeilijk?

Met enkele ijselijke voorbeelden uit de luchtvaartsector en uit de gezondheidszorg wordt de titel duidelijk. Vliegtuigongelukken worden naderhand minutieus geanalyseerd. Daarbij speelt de black box een iconische rol.
Medische missers echter worden vergoelijkt of verdoezeld, om ego's en reputaties te beschermen. (Vergeve de zwart-wit-vertekening om het punt te kunnen maken.)

Het effect is dat door stelselmatige verwerking van feedback de luchtvaart zijn veiligheid tot op hoog niveau heeft weten te brengen.
De gezondsheidszorg daartegenover boekt daarbij nauwelijks vooruitgang. Nodeloze medische fouten blijven in USA, na kanker en hart-en-vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak.

Feedback is dus de sleutel, en een sfeer van openheid om eerlijke fouten (tegenover roekeloosheid of nalatigheid) onder ogen te zien. Dit om de benodigde evidence boven water te krijgen.
Zonder feedback over het bereikte resultaat leert men 'zoals een golfspeler in de duisternis': niet dus.
Voor een leerproces gaat het er zelfs om om zoveel mogelijk fouten - lees: afwijkingen van de norm - te maken. Niet alleen schuilt in sommige fouten een nieuwe verbetering. Maar vooral moet je weten waar het fout kàn gaan. [Zelf heb ik ooit een onderzoek begeleid in een onderneming waar alles goed ging, alleen: ze wisten niet waaròm. Dat had een verlammend effect.] En zoals de goede oude Karl Popper al zei moeten we, om te leren, niet streven naar bevestiging maar naar falsificatie.
Niets nieuws onder de zon.

Maar de menselijke natuur [mijn blinde vlek waar ik het over had] staat vooral de open houding naar fouten in de weg.

Het is cognitieve dissonantie, een sterk verankerd psychologisch mechanisme, dat ons mensen weerhoudt om over onze schaduw te springen. Zelfs in weerwil van overduidelijk tegenbewijs laat het ons hardnekkig geloven in traditionele gewoonten en drogredenen.

Dan is er the blame game waarbij cognitieve dissonantie het gezonde verstand vertroebelt. Maar de blame game, ook geïnstitutionaliseerd in het strafrecht, kent alleen maar verliezers. [Tenzij misschien als het om de vraag gaat wie de schade moet betalen, maar dan nog is het een zero sum game.]

Het boek geeft enkele voorbeelden en effecten van cognitieve dissonantie en van de blame game op uiteenlopende terreinen als politiek, rechtspraak, godsdienst. Sommige vermakelijk, andere gruwelijk.

De wetenschappelijke methode en cultuur wordt door het boek heen ten voorbeeld gesteld. Afgezien van peer review, als zwakke schakel, zijn autoriteit en reputaties er ondergeschikt aan de materiële werkelijkheid als objectieve toetssteen, waaraan ideeën getest, getest en nog eens getest worden.

Twee maal in de geschiedenis heeft de wetenschappelijke methode een kans gehad: in de tijd van de oude Grieken en in de laatste eeuwen. Dat waren echter uitzonderingen. 
In de regel vieren religies, tradities, dogma's, doctrines, ideologieën en wat dies meer zij, hoogtij. En die bestrijden elkaar fanatiek, zo niet 'op de bal' dan maar 'op de man'.

Jammer genoeg, geeft het boek niet meer dan een oproep voor meer openheid om eerlijke fouten te mogen maken. Evenmin als een perspectief op verbetering.
[Het is misschien met die openheid als met rechtvaardigheid, zoals Lord Baelish in Game Of Thrones (seizoen 2015) tegen Sansa Stark opmerkte: "there is no such thing as justice in this world, my lady, unless we make it".
Then, let's make it!]

13 februari 2016

Natuurkunde



1 kinematica


1.1 plaatsbepaling

Teken een assenkruis: een horizontale lijn en een verticale lijn daardoorheen. Het kruispunt noemen we de oorsprong of (0,0).
De ene lijn (horizontaal) noemen we de tijdas: t.
De andere noemen we de verplaatsing: x.

We beginnen in het punt t=0 s en x=80 m. Teken dat in het assenkruis.
Dan het punt t=1 s, x=75 m ofwel (1, 75). 

Vervolgens t=2 s, x=60 m (2, 60) en (3, 35) 
en tenslotte (4, 0).

Toen Galileo Galilei zijn beroemde experiment op de toren van Pisa deed hadden dit zijn metingen kunnen zijn.

Op tijdstip 0 s (seconden) liet hij een kanonskogel los op 80 m (meter) hoog.
Na 1 s had die zich naar 75 m hoogte verplaatst, na 2 s naar 60 m, na 3 s naar 35 m en na 4 s plofte die in het zand, 0 m hoog.

Bij elk tijdstip t hoort een verplaatsing x. Dat schrijft men kort op als x(t). In ons geval:

x(0 s) = 80 m
x(1 s) = 75 m
x(2 s) = 60 m
x(3 s) = 35 m
x(4 s) =   0 m.

Trek nu lijnen tussen de opeenvolgende punten.
De gemiddelde snelheid tussen die punten wordt weergegeven door de steilheid van de lijn daar.

De steilheid kun je berekenen door de afgelegde afstand -vertikaal- te delen door de -horizontale- tijdsduur. Bv in de eerste seconde is die stijlheid = (75 - 80) m / (1-0) s = -5 m/s.
De gemiddelde snelheid van die kogel was dan dus 5 m/s; het minteken geeft aan dat de verplaatsing afnam, hij viel immers naar beneden.

Geef nu de gemiddelde snelheden in de 2e t&m laatste seconden en teken die in een nieuw assenstelsel waarvan we de verticale as de v-as noemen (v voor velocitas = snelheid).

In de eerste seconde komt dan een horizontale lijn ter hoogte van -5 m/s te staan. Maak het zelf af voor de volgende seconden.

Je hebt nu twee grafieken getekend van (rechte) lijntjes tussen (gemeten) punten: Voor elke seconde één. Zoals de steilheid van die lijntjes in de eerste grafiek de gemiddelde snelheid betekende, betekent de steilheid van de lijntjes in de tweede grafiek de versnelling. Dat geven we aan met de letter a - van acceleratio.

Bereken de versnellingen op dezelfde manier als je met de snelheid gedaan hebt.

1.2 afgeleiden

Met de grafiekjes die we nu hebben kun je de gemiddelde snelheid en de gemiddelde versnelling bepalen in een bepaalde seconde. Dat is wel een beperking.

Je zou soms graag de snelheid of versnelling op een willekeurig moment willen weten. En niet alleen van snelheid of versnelling maar in nog veel andere vergelijkbare gevallen. Zulke gevallen noemt men afgeleiden, of ook differentiaalquotienten.

Neem, om inzichtelijk te maken hoe daar mee om te gaan, het grafiekje van de verplaatsing er weer bij. Maar trek nu een vloeiende lijn door de gemeten punten, als betere benadering van de werkelijke verplaatsing van de vallende kogel in de loop van de tijd.

In elk van de punten op deze vloeiende lijn - ook wel kromme of curve genoemd - kun je een - rechte - raaklijn tekenen. En van zo'n raaklijn weet je nu hoe er de steilheid van te bepalen.

Die steilheid - of afgeleide, of differentiaal - wordt kort opgeschreven als



x(t+Δt)-x(t)
Δt


Oei! Wat is dat nu ineens allemaal? Wiskunde! Moeilijk! Nou, als wiskunde te moeilijk is zijn de stappen te groot. Dus moet ik de stappen wat kleiner maken?

Laten we eerst naar de teller kijken: x(t+Δt)-x(t).
Daarvan kennen we x(t) al - dat is een punt op de kromme, en wel het punt waarvan je de steilheid wil weten.

Maar x(t+Δt) dan?
Dat is ook een punt op de zelfde kromme, namelijk op tijdstip t+Δt.

Met Δt geven we een willekeurig korte tijdsspanne aan, maar net niet nul. Dus t+Δt is heel kort na t, zo kort dat de kromme nog niet de gelegenheid heeft gehad erg krom te worden, en dus nagenoeg recht is. En dan dus nagenoeg de raaklijn volgt. Waarvan we de steilheid wilden weten.

De teller is dan de afgelegde afstand x langs de verticale as gedurende Δt,
de noemer, Δt, is dan die tijdsspanne. 
Omdat Δt net niet nul is mogen we erdoor delen.
Teller gedeeld door noemer levert dan de steilheid van x(t) = de afgeleide x'(t) = de differentiaal van x(t) in het gewenste punt (t, x(t)).

De afgeleide van verplaatsing in de tijd is de snelheid, de afgeleide van de snelheid in de tijd is de versnelling. 

De wiskundige ontdekking van afgeleiden dan wel differentialen is gedaan door Newton -die de notatie x'(t) gebruikte- en door zijn concurrent Leibnitz -die de notatie dx/dt gebruikte- en staat aan de basis van de natuurkunde.

07 februari 2016

Taming capitalism

If capitalism is considered synonimous to 'laisser faire', leaving things to the forces of nature, then you cannot expect events always to be favourable to all people. Just like any of nature's ways. You only can expect the law of the jungle.
In many other cases where nature goes wild, we use to tame it. E.g. the Hooverdam in the Colorado river, the Deltaplan to keep the Netherlands dry, etc. etc.
Why not tame capitalism, when it runs out of hand?

To me then the first thing coming to mind is the accumulation of capital in case of a successful business. 
Now, there is not much wrong with a successful business. Almost everybody profits from it: its entrepreneur of course, its financers, its employees and its customers, to name a few.
It has been shown to be a bad idea to cut off capitalism at this point.

But after the entrepreneur has finished, his earned capital starts to accumulate on its own.
From that point onwards it neither should benefit, nor be controlled by just a small selection of people. At that point it should benefit all of the community in stead.
How?
Well how about abolishing inheritance laws?
Honest entrepreneurs, like everyone else, can keep their earnings as long as they live. But after that it should become the community's.

Too bad for their children; they - like everyone else - can prove themselves.

(This being the first step. After that let's think of what next. Let's not repeat the tragedies of the twentieth century in name of ideologies.)

27 januari 2016

Van de wereld

Ja, ik heb een degelijke opvoeding gehad: "wie niet werkt zal niet eten", "eerst de plicht dan het plezier", "eerlijk duurt het langst". En hoewel ik me er behoorlijk tegen verzet heb leek mij het in zijn algemeenheid wel op logica te berusten.

Dus toen mijn opvoeding voltooid was ben ik er ook maar naar gaan leven. Maar na een jaar of twintig had ik keer op keer het lid op de neus gekregen. En stank voor dank, en bleek dat eerlijkheid langer op zich liet wachten dan mij gegeven was.
Het zou dom zijn om ondanks al dat tegenbewijs toch vast te houden aan het wereldbeeld dat mij opgelegd was. Dus ben ik dat stukje bij beetje los gaan laten.

Nu zit ik hier gewoon maar in het paradijs op aarde met het meisje van mijn dromen en niets anders om handen dan plezier maken. Niks plicht, niks werken. Alleen simpelweg gelukkig. Al jaren.
Iets zegt me dat ik dankbaar moet zijn. En dat ben ik ook wel, al weet ik niet naar wie. Wie ben ik iets verplicht? Ben ik iemand iets verschuldigd?

Iets zegt me ook (of nog steeds?) dat dit niet lang kan blijven duren. Bijvoorbeeld mijn boekhoudkundig inzicht. Maar dat zegt het al zo lang, en is al die tijd gelogenstraft.

Bovendien geeft het geen antwoord op wat ik dan wel zou moeten gaan doen. Dat is de vraag waar ik mee rondloopt, steeds indringender, en waar ik maar geen antwoord op vind.
Dus vraag ik het jullie maar...

25 september 2015

industrieel voedsel



industrieel voedsel

"Het Amsterdams Medisch Centrum heeft een patiënt wiens darm 25 jaar geleden grotendeels is weggenomen bij een operatie. Hij kan dus niet eten. Hij verhongert echter niet, want ’s nachts als hij slaapt loopt de inhoud van een kunststof zak met voedingsstoffen via een infuus in zijn aderen. Er zit geen melk of pap in die zak, want zijn bloed kan de eiwitten uit melk en het zetmeel uit pap niet afbreken. Dat kan alleen de darm; die breekt eten af tot zijn simpelste onderdelen. Het zijn die onderdelen die de patiënt zonder darm rechtstreeks in zijn bloed krijgt gepompt."

"48 stoffen gaat het om, en die worden chemisch gesynthetiseerd.
"Voor de voedingswaarde maakt dat niet uit; de synthetische vitamine C uit kunstvoeding verschilt even weinig van vitamine C uit sinaasappels als een euro uit Deventer van een euro uit Delfzijl."

"Moderne voedingsmiddelen zijn vrij van schadelijke bacteriën en virussen, er zitten slechts minieme hoeveelheden landbouw- en ander gif in die voor de gezondheid waarschijnlijk verwaarloosbaar zijn, en de verdikkingsmiddelen, conserveermiddelen, kleur-, geur- en smaakstoffen die nodig zijn om aan onze wensen te voldoen zijn goed onderzocht; wat schadelijk is, is verboden. Zo zijn de E-nummers overgebleven: die E betekent dat het is gekeurd en veilig bevonden."

"De chemie die ons met zijn zeven miljarden van eten voorziet verdient iets meer waardering."
(Aldus Martijn Katan in NRC)

Dan de biologische landbouw.
De "reguliere" landbouw heeft er een voorsprong op van een eeuw lang 20e eeuwse technologische ontwikkeling. Die heeft het überhaupt dus mogelijk gemaakt dat er nu 7 a 8 miljard mensen gevoed kunnen worden. Niet zolang geleden blies men nog de loftrompet over de zg. "groene revolutie" - die ging over toepassing van chemische kennis en middelen in de landbouw.

Het is nog maar recent dat men ging onderkennen dat het echter zo niet zo lang gaat: uitputting van de planeet etc. Toen is men o.a. gaan nadenken over alternatieve landbouw. Overigens in eerste instantie helemaal niet alternatief maar teruggrijpend op hoe het vroeger ging. Inherente hongersnoden en inefficiëntie voor het gemak wegwuivend. En mooie doelstellingen als duurzaam, gezond, en natuur- en diervriendelijk met elkaar verwarrend en hier en daar conflicterend.

Het is wel een begin. Zonder experimenteren komen we er niet. Dan maar even suboptimaal. Maar dan wel zonder elkaar te verketteren, en zonder kinderen met badwater -zoals chemische kennis en technologie- weg te gooien.

30 juni 2013

innovatiekunde in een notedop

Indachtig ook met Edison met zijn "1% inspiratie en 99% transpiratie"
Jasper van Kuijk in NRC Handelsblad 29 en 30 juni 2013

23 oktober 2011

Blunderende banken

Financiële crisis? Jazeker!
Het einde van de Euro? Niet noodzakelijk. 
Van het kapitalisme dan? Daar moeten we nog wel wat voor doen.

Als je weet hoe geld werkt dan zie je een soort kringloop: iemand doet iets voor n ander, die ander geeft daar wat geld voor terug. 
Op een of andere manier weten we allemaal wanneer dat ongeveer genoeg is. We hebben als t ware gevoel in geld zitten: het doet pijn als je t kwijt raakt, en het voelt fijn als je t krijgt.

Op een gegeven moment zijn banken (en andere financiële instellingen) in die kringloop gaan zitten. Want het was onhandig altijd maar zelf op al je geld te moeten passen.
Dus heeft nu iedereen bijna al zijn geld bij de bank staan.

Maar die banken hebben niet goed opgepast op dat geld van ons allemaal. 
Ze hebben het niet alleen aan mensen gegeven die wel iets voor ons gedaan heeft maar ook soms aan mensen die daar NIETS (of te weinig) voor gedaan hebben. 
Dat is niet zo erg als die er alsnog iets voor terug zouden doen. Maar ze kunnen dat niet meer. Tenminste, niet genoeg. Lang niet genoeg.

Dat hebben bijna alle banken zo laten gebeuren, met het geld van ons allemaal.
Ze hebben elkaar ook heel veel geld gegeven waar ze niets meer voor terug kunnen krijgen. 
Maar niet allemaal evenveel. Sommige banken moeten nog heel veel betalen en andere wat minder.

Als een bank de andere banken niet meer kan betalen gaat die failliet. Maar dan kunnen die andere banken ook niet meer betalen en gaan die ook failliet. Net zolang tot alle banken failliet zijn. En dan zijn wij ook allemaal ons geld kwijt en zijn we allemaal failliet.

De banken zijn bang dat dat gaat gebeuren en willen nu hun geld van elkaar. En juist daarom KAN nu gebeuren waar ze zo bang voor zijn.
Ze zijn net een stel kleine kinderen die ruzie krijgen om een stuk speelgoed, terwijl er toch genoeg speelgoed  is. Maar het speelgoed van de banken is het geld van ons allemaal.

Kunnen we niet wat doen?
Jawel.
Ik denk dat we, net als een goede vader of moeder, de ruziënde banken hun speelgoed moeten afpakken. En dan, als de tranen zijn opgedroogd langzaam weer uitdelen.

Dus alle financiële instellingen in Europa nationaliseren; zonder uitzondering onderwerpen aan democratisch toezicht. Tot er weer rust is. En dan langzaamaan weer vrijgeven. Onder restricties.

08 augustus 2011

SMART en FUZZY in de creatiespiraal

Als reactie in Er is een tijd voor FUZZY en een tijd voor SMART

SMART gaat over het (beoogde) resultaat van een opdracht of project, FUZZY meer over hoe dat te bewerkstelligen:

Zorg ervoor dat het project feestelijk, uitdagend, zuiver en zinnelijk is en, yes, blijf er positief over. Het simpele feit dat FUZZY bedacht is duidt erop dat het niet voor zich zelf spreekt.
En inderdaad, als t anders is gaat een project of opdracht ‘op werk lijken’. FUZZY is dus bedacht om de moed er in te houden - dus juist wel om te volharden 😛

“De criteria in SMART zijn zelf doelstellingen voor het programma van eisen voor een project of een opdracht”, volgens http://nl.wikipedia.org/wiki/SMART-principe en is daarmee bedoeld om “managers te dwingen gerichte opdrachten te geven”.

Die opdrachten komen tot stand in de ‘bovenste helft van de creatiespiraal’. Dat zijn de fasen van inspiratie; laat die vooral FUZZY verlopen. SMART is daarin contraproductief, zelfs tot ‘een uur of 5: plannen’ wanneer de opdracht uiteindelijk geformuleerd wordt.

De ‘onderste helft van de creatiespiraal’ zijn de fasen (van transpiratie) waar dromen en ideeën de harde werkelijkheid tegenkomen. Vage, veranderlijke formuleringen werken dan zeer frustrerend.

Die dragen dan niet bij aan de ‘feest’-vreugde; ‘uitdagingen’ zijn op zich ok maar die biedt de werkelijkheid al plenty; ‘zuiver’ formuleren? Ja natuurlijk, namelijk SMART; met ‘zinnige’ -op gevoel gebaseerde- oordelen stuur je de ontwerper het bos in, geef die asjeblieft objectieve -of op zn minst objectiveerbare- criteria; en dan nog aankomen met ‘yes’?

FUZZY is dan niet op de juiste plaats, althans niet als enige richtlijn.

Er is dus een tijd voor FUZZY en een tijd voor SMART.

23 februari 2011

wantrouwen, cynisme en achterdocht

(Oorspronkelijk in reactie op  maar dat bestaat niet meer)
Het probleem met geld ligt niet zozeer aan het geld zelf, abstract of niet, maar wat het met mensen doet. Of eigenlijk wat mensen er mee doen, want feitelijk bestaat geld niet. Het is een gedeeld denkbeeld, net als spoken, draken en goden dat zijn.

Doordat iedereen in geld gelooft werkt het. En het is als hulpmiddel enorm succesvol.
Geld staat zelfs zo centraal in onze perceptie dat we het als een doel op zich zijn gaan zien.
Een goede baan, bijvoorbeeld, is er één die goed betaalt. Dat is waar we onze kinderen klaar voor stomen gedurende heel de jeugd. Waarmee heel wat levens in een ongewenste richting zijn geforceerd. (Niet dat van mij, overigens.)

Maar geld blijft een middel, geen doel. Dat is waar het fout is gegaan.
We zijn vergeten dat geld staat voor -ooit- geleverde waarde. Niet in de zin van prijs, maar als de bevrediging van een behoefte van iemand.
In plaats van ons er op toe te leggen iets te doen waar ‘iemand blij van wordt’ zijn we erop uit gaan gaan om anderen geld uit de zak te kloppen.
De transactie is grotendeels hetzelfde maar de sfeer wordt er mee verziekt.

Als producenten zijn we onze klanten als prooidieren gaan zien; als consumenten zijn we daarom op onze hoede voor die producenten. In plaats van ze als redders te zien die onze noden komen lenigen. De mooipraterij in de marketing maakt het er alleen maar erger op.

Resultaat: wantrouwen, cynisme en achterdocht.
Het is wel overal zo en het is altijd zo geweest, maar moet dat nou per se zo? Is dat nou samen-leven?

Diep in de menselijke natuur zit verankerd wat wel de ‘emotionele boekhouding’ genoemd zou kunnen worden. Het zit zelfs al bij aapjes. Je zou het ook de ‘sociale boekhouding’ kunnen noemen. (Vreemd genoeg heeft alleen de ‘financiële’ boekhouding geen bijvoeglijk naamwoord nodig. Een teken dat we van onze natuur vervreemd zijn?)

In onze ingebouwde ‘emotionele’ of ‘sociale’ boekhouding houden we allemaal bij wat iemand voor ons betekend heeft. En net als in de ‘financiële’ boekhouding weet je van iedereen of je er nog iets van te verwachten hebt of juist dat er nog iets van jou verlangd wordt, maar dan intuïtief. Op basis van uitgewisselde WAARDE, subjectief.
We weten het wel maar kunnen het niet kwantificeren, en zeker niet met een nauwkeurigheid van eurocenten.

Hoe zou t zijn als we dit aangeboren systeem nieuw leven konden inblazen. Naast geld, in te bouwen in het geldsysteem, of in plaats er van?
Vanouds bestaat het natuurlijk gewoon. En met sociale media zouden we t kunnen versterken. En hoe zorgen we ervoor dat de overheersende rol van de ‘financiële’ boekhouding teruggedrongen wordt?

22 december 2010

vergelijking van elevator pitches

mijn voorstel
-aandacht vestigen op het pijnpunt, en dat
ferm uitvergroten

-wat je aanbiedt waarmee
je dat gaat oplossen


-geloofwaardigheid
creëren: hoe je dat ermee gaat doen, en wie je ermee geholpen hebt



-wat je van je toehoorder
wilt




-uitnodiging aan
toehoorder
Harvard Business School


5
1you

10


what
5
7

why

4
42goal
Gail
Geronimos:
10



How to start the conversation - articulate the really ugly
problem in the market.


7

How to tell the investor who you are.





Who are the customers.

8


What are the benefits.



68Call to action.
edo van santen


7

wie ben je,



10
wat zoek je,

10


wat doe je,
6



wie is je markt (=perfecte klant),





hoe bereik je je klanten,
10



welk gepercipieerd probleem los je op,


6

USP,


6

concurrentie,


6

team,


7

successen en


7

overwonnen mislukkingen,



10
nogmaals wat je zoekt,


6

financieën,


6

groeiscenario.
Inge Geerdens van
CV Warehouse.com





1. Wie ben ik en wat is mijn achtergrond?


6

2. Wat is mijn beroepservaring?
55


3. Welk project verdedig ik en welke zijn de voordelen ervan?


6

4. Wat hebben we met ons project al bereikt?



4
5. Wat zoek ik en waarom?
de
zaak.nl

6


1. Wat u doet,
3



2. Voor wie u dat doet
8



3. Welke behoefte van de klant u daarmee oplost

64

4. Welke resultaten uw dienst oplevert.

18 december 2010

elementen voor een elevator pitch

Daar werd mij gevraagd of ik een workshop kon organiseren om elevator pitches op te stellen. Dus maar s googlen om te zien welke elementen daarin naar voren moeten komen. Wat ik vond stelde me niet tevreden.

Een elevator pitch moet volgens mij aandacht trekken en de toehoorder over de streep trekken tot nader contact. Dus in hengelaarstermen: uitwerpen, aanslaan en binnenhalen.
En met een beroep op emoties; feitelijke informatie staat op de achtergrond.

Volgens mij zijn daarom elementen van een goede pitch:
  1. Aandacht vestigen op een -voor toehoorder- herkenbaar pijnpunt of brandend verlangen en dat ferm uitvergroten,
  2. wat je aanbiedt waarmee je dat gaat oplossen,
  3. geloofwaardigheid creëren en bevestigen:
    • hoe je dat doet,
    • wie je bent dat je dat kan,
    • wie je er al mee geholpen hebt,
  4. wat je van je toehoorder wilt,
  5. uitnodiging aan toehoorder.



Een snelle verkenning op google leert dat 'mijn' laatste 2 punten grotendeels worden veronachtzaamd:

HBS (Harvard Business School)
  • you
(Keep it short.
Hint: what you most want your listener to remember about you),
  • what
(Here is where you state your value phrased as key result or impact.
To organise your thoughts, it may help to think of this as your tag line.
Hint: this should allow the listener to understand how you or your company would add value.),
  • why
(Now it's time to show the unique benefits that you and /or your company bring to business.
Show what you do is different and better than others),
  • goal
(Describe your immediate goals.
Goals should be concrete, defined and realistic. Include a time frame.
This is the final step
and it should be readily apparent to the listener
what you are asking of him or her.)
  • How to start the conversation - articulate the really ugly problem in the market.
  • How to tell the investor who you are.
  • Who are the customers.
  • What are the benefits.
  • Call to action.
Volgens Inge Geerdens van CV Warehouse.com, die vorig jaar de publieksprijs voor de beste ‘elevator pitch’ won tijdens de European Venture Contest in Lissabon, bevat een goede elevator pitch 5 kernelementen:
  1. Wie ben ik en wat is mijn achtergrond?
  2. Wat is mijn beroepservaring?
  3. Welk project verdedig ik en welke zijn de voordelen ervan?
  4. Wat hebben we met ons project al bereikt?
  5. Wat zoek ik en waarom?

Zephyre cashback: kan ook copypasten of is gecopypast
een goede elevator pitch 5 kernelementen:
1.Wie ben ik en wat is mijn achtergrond?
2. Wat is mijn beroepservaring?
3. Welk project verdedig ik en welke zijn de voordelen ervan?
4. Wat hebben we met ons project al bereikt?
5. Wat zoek ik en waarom?
de zaak.nl
Door vier belangrijke elementen te verwerken in uw Elevator Pitch, vergroot u de kans dat uw gesprekspartner aan ú denkt als iemand uit zijn netwerk vraagt of hij iemand kent met uw specialisatie. Uw pitch levert dan nieuwe klanten op.
Wat zijn die vier elementen?
Uw antwoord op de vraag 'wat doet u?' moet in ieder geval duidelijk maken:

  1. Wat u doet,
  2. Voor wie u dat doet
  3. Welke behoefte van de klant u daarmee oplost
  4. Welke resultaten uw dienst oplevert.


Interessant: Edo van Santen
Presentatietechnieken
- spanningsboog: aandacht aan begin en aan eind van presentatie
- toehoorder onthoudt maar 2 a 3 dingen van de presentatie,
de kunst is om ervoor te zorgen
dat dat de dingen zijn die jij wilt dat ze onthouden
- effectiviteit:
7% verbaal (wat je zegt), 38% tonaliteit (hoe je t zegt); 55% non verbaal
- 3 soorten mensen: gericht op voelen 33%, zien 33% of horen 33%
Pitch zelf
-14 aspecten, daar moet je 3 à 4 uit kiezen:
wie ben je,
wat zoek je,
wat doe je,
wie is je markt (=perfecte klant),
hoe bereik je je klanten,
welk gepercipieerd probleem los je op,
USP,
concurrentie,
team,
successen en
overwonnen mislukkingen,
nogmaals wat je zoekt,
financieën,
groeiscenario
.

Ter overdenking:
visie, innovatief vermogen, marktkansen, continuïteit, marktwaarde (beide betekenissen), originaliteit

03 augustus 2010

bezuinigen voor Jip en Janneke

Mark Rutte wil bezuinigen. Dat wil de VVD altijd wel want ze vinden de staatsschuld altijd te hoog. En nu is de staatsschuld wel erg ver opgelopen.
Dat hebben de socialisten gedaan. Dat hebben ze altijd gedaan maar dit keer heeft minister Wouter Bos het gedaan om de banken te redden.

De banken moesten gered worden omdat ze op bijna al het geld van bijna alle mensen passen. Als de banken niet gered werden zouden alle mensen al hun geld kwijtraken. Want de banken hadden niet goed op het geld van de mensen gepast; ze hadden er domme dingen mee gedaan. Ze dachten dat ze met die domme dingen veel geld konden verdienen maar ze hebben er juist veel geld mee verloren.
En dat willen ze terug.

Minister Wouter Bos heeft ze dat gegeven. Eventjes maar: ze zouden het wel weer teruggeven. Maar nu zeggen ze dat ze dat niet meer terug kunnen geven. Het is te veel. Dus bleef minister Wouter Bos met de strop zitten: als hoge staatsschuld.

De VVD wil die staatsschuld wegbezuinigen.
Dat gaan ze doen met belastinggeld: het geld dat de mensen allemaal aan de regering moeten betalen.
Eigenlijk betalen we de regering allemaal om dingen te doen die we nuttig vinden: politie en soldaten om ons te beschermen, dijken bouwen, scholen voor de kinderen, oude en zieke en arme mensen verzorgen, enzovoorts.

Maar de VVD betaalt er de staatsschuld mee die ontstaan was omdat de banken domme dingen gedaan hadden met ons geld.
De VVD betaalt zo eigenlijk de domme banken met geld van ons allemaal. En de banken kunnen gewoon doorgaan met domme dingen doen met het geld dat we overhouden.

23 juni 2010

waarom is ons onderwijs niet corrupter?

Het onderwijs zoals het nu georganiseerd is staat of valt met de integriteit van de docenten. Voor hun is een applausje op de juiste plaats want is een wonder dat het überhaupt nog werkt. Hoezo?

Het is algemeen bekend dat een systeem stabiel is als erop werkende krachten in evenwicht gehouden worden door tegenkrachten.
Zo worden in de economie slecht presterende producenten door hun klanten afgestraft door ze links te laten liggen. Het uiteindelijke kwaliteitsoordeel wordt door klanten geveld.

Maar hoe zit dat in het onderwijs?
Leerlingen en studenten hebben weliswaar een kennisbehoefte maar die speelt pas in de verre toekomst. Zij spelen onmiskenbaar de rol van klant maar het kwaliteitsoordeel kunnen zij pas jaren later geven. Dat wordt dan ook niet van ze gevraagd. Het is een expliciete taak van docenten, die nota bene aan de productiekant staan in het onderwijsproces, om de kwaliteit te beoordelen: docenten bepalen de cijfers en delen diploma's uit.

In het onderwijsproces moeten leerlingen en studenten de grootste inspanning verrichten. Dat is wel een groot verschil met bijvoorbeeld de processen van de bakker of van de kapper. Maar vanwege hun uitgestelde kennisbehoefte zijn leerlingen en studenten van nature daarbij niet intrinsiek gemotiveerd. Het is aan de docenten om ze die motivatie bij te brengen.

Waarom zouden docenten dat allemaal doen?
Waarom zouden ze niet stelselmatig hoge cijfers geven? Het kost ze niets terwijl lage cijfers geven hun vooral chagrijn en extra werk bezorgt: als leerlingen zwak scoren blijven ze zitten en voor zwak presterende studenten moeten ze hertentamens maken en nakijken. De realiteit is echter dat die massaal komen, vaak in de zomer, en dan zit een docent ook liever op het strand.

Zonder een strikt nageleefd controlesysteem met toezichthouders en navenante straffen (en/of beloning!) zou men verwachten dat docenten er al gauw de brui aan zouden geven. Toch speelt dat allemaal niet een grote rol.

Kennelijk hebben docenten een sterk zelfreinigend vermogen. Of speelt er iets anders?
Zolang dat niet aan het licht komt verdienen docenten veel meer erkenning dan ze krijgen.

24 februari 2010

budgetdenken of waardedenken

Merkwaardig en onuitroeibaar verschijnsel toch: dat budgetdenken dat zich heeft vastgezet in overheden en ngo's.
Dat budgetdenken veroorzaakt enorme inefficienties. Een budget is hooguit een voorspelling van de toekomst en voorspellingen komen (bijna) nooit goed uit.

Dus wordt geld besteed aan zaken die we niet nodig hebben (budgetoverschotten die aan t eind van t jaar echt op moeten).
Of laat men mensen in de kou staan of erger (wachtlijsten) als er weer "bezuinigd" moet worden en er te krap gebudgetteerd is.

Het zal wel komen van de aloude roofridderpraktijken om de mensen in het het land zo veel belasting af te troggelen als ze kunnen dragen.
En dan de buit maar verdelen. (Zou het toeval zijn dat de woorden "buit" en "budget" eigenlijk best wel op elkaar lijken?)

Hedendaagse politici zouden dat toch van zich af moeten schudden.
Dat kan, dames en heren, door nu eens te redeneren vanuit te leveren waardes of te vervullen behoeftes, zoals in elk goed marketing- of bedrijfseconomisch boek beschreven wordt.

22 januari 2010

Voer ONDERWIJSDIENSTPLICHT in.

Ons onderwijsstelsel is gebaseerd op eeuwenoude tradities die tot stand gekomen zijn als aanpassing aan indertijd geldende omstandigheden. Het is maar de vraag of die omstandigheden nu nog gelden, en dus of ons onderwijsstelsel nog wel effectief is.

De technologie (zelf een product van grootschalige kennisuitwisseling) schrijdt nu zo snel en alomvattend voort dat de kennis die onderwzen wordt vaak al verouderd is voordat de studenten/leerlingen in de maatschappij komen.
Hun leraren hebben moeten voor hun kennis uit een nog dieper verleden putten. De kennisinhoudelijke basis blijft natuurlijk wel gelijk (zo snel verandert Duits niet, en voor een goed technisch inzicht zijn de wetten van Newton nog altijd onmisbaar). Maar methoden technieken om daar mee om te gaan evolueren wel snel.

Het idee van leraar als eerbiedwaardig beroep om levenslang uit te oefenen is daarmee achterhaald. Dat merken wij inderdaad aan bijvoorbeeld de erosie van hun status.

Hoe dan wel?
Kennis ontwikkelt zich heden ten dage niet meer exclusief aan universiteiten en (hoge)scholen maar in de maatschappij in de volle breedte. Wil je die kennis overdragen aan de nieuwe generaties zou je daar dus moeten putten.

Je zou als overheid bijvoorbeeld kunnen denken aan een soort van onderwijsdienstplicht. Iedereen met een werkervaring van, zeg, 15-20 jaar wordt verplicht om zijn/haar ervaring over te dragen.

Het woord "plicht" hoeven we daarbij niet als de jaren'50 autoritaire hierarchie op te vatten. We kunnen dat gerust een 21e eeuwse betekenis en inhoud geven:

Als we iedereen op zijn eigen manier een tijdje met jonge mensen in contact zouden brengen, met betrekking tot hun vak en onder onderwijskundige begeleiding?
Dan klinkt het ineens goed, lijkt mij, en wordt ook nog eens het wederzijds latente wantrouwen tussen de generaties weggenomen.

03 oktober 2009

intuition or ratio?

gevoel of verstand? of...?

check


tja, gevoel of verstand, waar moet je voor kiezen? In de sales lijkt me dat je er niet aan ontkomt om gevoel voor je klant te hebben. Je moet in ieder geval met haar meevoelen. Want ‘feelings zijn facts’. Ook als beslissingen snel genomen moeten worden is intuïtie, wat dat dan ook zijn moge, onontbeerlijk. Want ons onbewuste kan eindeloos veel meer informatie verwerken dan ons bewustzijn. Niet voor niets wordt meesterschap alom gelijkgesteld met onbewuste bekwaamheid.

Toch is het ook zo dat onze gevoelens ons voortdurend voor de gek houden. Onberedeneerbare angsten, redeloze woede, radeloos verdriet maar ook de roze bril en uitzinnige vreugde drijven ons geregeld tot daden waar we ons later voor schamen en waar we spijt van hebben (ook weer van die zinloze gevoelens).

Dus zoals @ingeborg al zei is het erg moeilijk om te bepalen of je verstand dan wel of je intuïtie het bij het rechte eind had. Ook al omdat principieel niet vast te stellen is wat er gebeurd zou zijn als je de andere beslissing genomen zou hebben.

Voor salesmensen zijn feelings facts, maar dat zijn in eerste instantie NIET HUN EIGEN gevoelens, maar die van hun klanten. Die moeten zij beslist aanvoelen, maar vervolgens kan het geen kwaad om daar verstandig afwegingen mee te maken.

Tenslotte is het zo dat je niet van de ene dag op de andere onbewust bekwaam bent. Daar gaat een heel leertraject aan vooraf waarbij het bewustzijn een onmisbare rol speelt. Een ervaren, i.e. onbewust bekwame salesman heeft zijn repertoire van kunstgrepen in zo’n leerproces opgebouwd.

‘Gisteren’ heb je zoals je zei ‘een fout’ gemaakt. Die kun je betreuren, maar het zou verstandiger zijn er over na te denken wat je beter had kunnen zeggen en hoe. Niet vanuit spijt dus, of schuld of van had-ik-maar, maar om je repertoire te verrijken voor een volgende keer. En als je t goed doet (@Frank Zijlstra en @Helene) hoef je je er niet per se onderuit te draaien maar kun je vast een manier vinden om nog eerlijk te blijven ook.

Al met al gaat het dus niet om gevoel OF verstand, maar om gevoel EN verstand.

20 mei 2009

de klanten van de banken

Wie zijn klanten? dat zijn toch (rechts)personen die tegen betaling goederen of diensten kopen?
Wat zijn de diensten die banken leveren waarvoor betaald wordt?
Niet het oppassen op spaargeld, want daar betalen de banken juist voor, rente. Zij verstrekken kredieten als koopwaar; daar laten zij zich voor betalen.

Gek genoeg zijn wij geneigd de spaarders als de klanten van banken te zien. Misschien ook wel omdat die in marketing- en reclamecampagnes zo infantiel benaderd worden als we gewend zijn voor zeepjes en maandverband enzo.
Klanten van banken zijn vooral bedrijven die geld nodig hebben. Maar die worden juist afgeknepen zoals we dat met leveranciers gewend zijn te doen.

Een doordenkertje.

06 april 2009

osmosecentrale

Er zijn plannen voor een osmosecentrale in de afsluitdijk.
Reken s mee.
De voornaamste bron van het IJsselmeer is de rivier de IJssel. Die heeft volgens RWS (bij Olst) een gemiddelde afvoer van 410 m3/s ofwel 410000kg/s.
Veel meer water kan er van het IJsselmeer niet worden afgetapt zonder het op den duur droog te leggen. 

Binas gaf, op basis van gegevens over toestand van Noordzee en IJsselmeer, een osmotische druk die ongeveer overeenkomt met 300m hoogteverschil!

Per seconde is m*g*h dan dus 410000*9,8*300Ws. Dat is dus 1.205.400.000Ws/s oftewel zo'n 1200MW.
Dat scheelt weer 1200 windturbines.

Bij gemiddelde landelijke bruto energieconsumptie van 5kw*17mln = 85 GW kan zo n osmosecentrale om en nabij  1,4% van NL energiebehoefte dekken ...

26 februari 2009

Ene (ex)-bisschop Williamson heeft gezegd dat er 'maar' een paar honderdduizend joden door de nazi's omgebracht zijn in plaats van zes miljoen. Daar heeft hij zich een hoop verontwaardiging op de hals gehaald. En hij laadt de verdenking op zich dat hij de nazi's vergoelijkt.

Niet zo slim.

Maar zijn de verontwaardigden wel zo slim dan?
Want wie even verder nadenkt in plaats van alleen maar op zijn onderbuik te reageren kan een paar opmerkelijke redeneringen vinden.

Stel dat Williamson een antisemiet is en dat hij zijn sympathie over de Holocaust wil uitdragen. Dan zou hij toch eerder voor het hoogste getal kiezen? Met 'maar' een paar honderdduizend vermoorde joden zouden de nazi's toch in hun opzet gefaald hebben?
Vergoelijkend? Of zou hij ze de rol van underdog hebben willen toeschuiven?

Of zouden de nazi's minder kwaadaardig geweest zijn als blijkt dat ze maar een tiende van het officieel erkende aantal moorden hebben gepleegd?

Kortom: hoe worden de nazi's er zo eigenlijk mee vergoelijkt?

Overigens lijken de Israeli's een dergelijke denkfout te maken, maar dan omgekeerd.
Op het nippertje ontkomen aan de moordpartijen door de 'übermenschen' van het 'herrenvolk' heeft het 'uitverkoren volk' (hoe zat het met de pot en de ketel?) het antisemitisme als grootst mogelijk kwaad uitgeroepen.
Wie met zijn belangen ongelukkigerwijs met hen in conflict komt kan al gauw een antisemiet genoemd worden. En mag dus verdelgd worden?

Kwaad met kwaad bestrijden?

Mensen, mensen, denk toch eens na! En laat de onderbuik maar doen waar die voor bedoeld is...

16 december 2008

money as debt

Paul Grignon, "Canadees artiest", heeft een film gemaakt waarin hij een heldere uiteenzetting geeft over de creatie van geld. In tijden waarin het globale geldsysteem op zijn grondvesten staat te schudden zal dat wel veel aandacht trekken.

Jammer echter van de utopische beeldvorming op het laatst. Er zijn ook andere oplossingen mogelijk met behoud van de bestaande structuren. D
oor 'gewoon', volgens de cradle-2-cradle-gedachte, het tempo van recycling op te voeren blijft economische groei mogelijk zonder uitputting van de planeet.

Kijk zelf en huiver in: "Money as debt"

20 november 2008

de angst voor het nieuwe

Wat maakt nou dat nieuwe ideeën zoveel problemen ondervinden om door te breken? Zelfs als het evident goede ideeën zijn?
Zolang het nog maar een idee is zijn er veel onzekerheden. En het is altijd een hoop werk om een idee te realiseren.
Maar het komt ook omdat iemand er zijn nek voor moet uitsteken.
Die gaat dan afwegen wat hzij er mee kan winnen of verliezen.

De meeste mensen hebben daaromtrent de volgende voorkeur (preferenties) in hun hoofd:

(preferentiediagram)
idee slaagt
idee mislukt
verantwoordelijk
1e
4e
niet verantwoordelijk
2e
3e

Of een idee slaagt of mislukt ligt vaak aan externe factoren. Maar verantwoordelijkheid kun je vaak kiezen. Dan kiest men toch vaak voor de toeschouwerrol. Men mist dan wel het genoegen van de eerste voorkeur, maar loopt niet het risico aangekeken te worden voor een mislukking.

23 oktober 2008

Het kapitalisme onder vuur

Het zijn zware tijden, en de internationale hebzucht ligt eraan ten grondslag. En daar wordt kapitalisme mee geassocieerd. Misschien terecht.

Het kapitalisme afschaffen dan maar? Dat betekent dan hebzucht afschaffen. Maar dat kan alleen maar als we mensen afschaffen. Of hun hebzucht onderdrukken.
(Beide mogelijkheden zijn al eens geprobeerd en hebben ook niet tot verbetering geleid, om het zo maar eens te zeggen.)
Wie wil er nog mee doen?

Wat schaffen we nog meer af als we kapitalisme afschaffen?
Kapitalisme gaat over economie; kapitalisme is een uitvloeisel van handel. Handel begint met ruilen. Mensen ruilen alleen maar (vrijwillig) als ze denken daar beter van te worden. Handel is dus, in grote lijnen, goed voor iedereen.

Wat de mensen denken is dus essentieel. Maar de vraag is of ze daar altijd gelijk in hebben. Soms is het goed om iets te krijgen wat men niet wil. Wie kinderen heeft weet dat precies; wie kind is, of is geweest ook vast nog wel.
Vrijhandel voorziet daar dus niet altijd in. Sex sells, hoop, angst ook, als het maar goed afloopt. Maar de realiteit is vaak anders dan wat we met ons allen denken of willen geloven. Dan ontspoort het systeem en moeten we weer even op de blaren zitten, en tot bezinning komen.
Dit soort 'correcties' hoort er dus bij, en als we het afschaffen hebben we daar geen last meer van. Toch?

Laten we het dan vervangen door een systeem dat wel op de realiteit is gebaseerd. Dan kan dit soort excessen voorkomen worden.
Wil degene die de realiteit kent NU opstaan!

14 juli 2008

ratrace

Er zijn meer dan 6.666.666.666 mensen, allemaal gezegend met een gezond verstand. En wat doen ze ermee?



"Mit der Dummheit kämpfen Götter selbst vergebens."
(Friedrich Schiller, "Die Jungfrau von Orleans", Talbot)

26 juni 2008

overdenksels waarvan ik nog niet goed weet wat ik er mee moet.

«Er zijn twee werelden aan het ontstaan, de oude en de nieuwe. In de nieuwe wereld gaan de mensen met elkaar om door gebruik te maken van de mogelijkheden die de moderne technolgie te bieden heeft.
In de oude wereld laat men die over zich heen komen of sluit men zich er zelfs van af.»

«Producten zoals we ze kennen zijn eigenlijk antwoorden op een vraag die nog niet gesteld is.
Al dan niet consentieus uitgewerkt zijn ze altijd gebaseerd op aannames van wat de klant zou kunnen gaan wensen.»

«Fabrikanten hebben het altijd als hun primaire taak gezien om producten de wereld in te sturen. De feedback over de waarde die deze hun klanten bieden zien ze feitelijk als van secundair belang. Als de producten verkocht zijn is het geld er immers aan verdiend.

Hun klanten hadden ook een ondergeschikte positie in de communicatie. Klachten zijn wel vervelend maar konden overschreeuwd worden door reclame. (Daarbij vinden we het overigens heel normaal dat perfectie en de hemel op aarde beloofd wordt, feitelijk brutale leugens die we gewoon voor lief zijn gaan nemen.)
Heden ten dage staan klagers echter middelen als Youtube, hateblogs etc. ter beschikking waarop klanten hun zegje kunnen doen. Klachten over incidentele missers kunnen buitenproportioneel opgeblazen worden.

Een bedreiging voor fabrikanten?
Het is maar hoe die het bekijken.
Ze zijn weliswaar hun machtspositie in de communicatie verloren.
Maar je kunt het ook zo zien dat de feedbackloop gesloten wordt, voor het eerst sinds het begin van de Industriële Revolutie. Eindelijk bestaat de mogelijkheid om de waarde van de uiteindelijk door hen bedachte producten daadwerkelijk af te stemmen op de wens van hun klanten.»

«Als je je met crowdsourcing bezig houdt stuit je op de werkvelden:
1:Sociale interacties (Wie praat met wie? Wie kan je waarmee helpen? Hoe controleer je deugdelijkheid en betrouwbaarheid?),
2:inhoudelijke (ontologische) verbanden (waar gaat het over? Hoe relateren die onderwerpen zich onderling? Hoe komen vragen en antwoorden bij elkaar?),
3:technologie (hoe vertaal je ideeën, ervaringen, denkbeelden in bits, zodat computers er hun weg in kunnen vinden? AI, semantisch web, indexering, track&trace, metadata, zoekalgoritmes?)»

26 mei 2008

kromme logica blijft de Puttense moordzaak achtervolgen:

Twee mannen zijn door getuigen aangewezen als dader.
Alhoewel (Peter R. de Vries:) "...uit onderzoek blijkt dat er geen enkel spoor van de mannen in en om het huis is aangetroffen.
[Dit spreekt logischerwijs de verdachten echter niet vrij.]
Dan komt de langverwachte uitslag van DNA-onderzoek op de spermadruppel. En ook die blijkt onomstotelijk niet afkomstig van de verdachten.
[Ook dit spreekt logischerwijs de verdachten niet vrij.]
En in plaats van de mannen direct op vrije voeten te stellen, komt de politie met een bizarre verklaring: Het sperma zou afkomstig zijn van een veel eerder vrijwillig seksueel contact van Christel, een vriendje dus. Zijn sperma zou langdurig in Christels lichaam zijn gebleven en uiteindelijk na het fietstochtje naar haar oma's huisje door Wilco en Herman tijdens de verkrachting naar buiten zijn gesleept en als een druppel op haar been zijn achtergebleven.
[(Is het alleen daar gevonden, en niet in haar buik? Hoe zit het dan überhaupt met een sleeptheorie?)]
De moordenaars zouden dan zelf geen zaadlozing hebben gehad. Het vermeende vriendje wordt nooit gevonden."

Nu is het "vriendje" toch nog gevonden. Is hij daarmee dan ook maar de moordenaar?
Alleen de identiteit van het "vriendje" is toch op zich geen bewijsmateriaal?

Men heeft het volgende scenario voor ogen:
Degene die de druppel heeft achter gelaten heeft seks met Christel gehad. (O ja? Er zijn wel alternatieven te verzinnen; ik ben benieuwd naar jullie reacties...)
Degene die seks met haar heeft gehad heeft haar verkracht. (O ja?)
Degene die haar heeft verkracht heeft haar vermoord. (O ja?)

Het is 'maar' één scenario, en één met al drie ontsnappingsmogelijkheden. Toch wordt nu zonder meer gesuggerereerd dat degene die de druppel heeft achtergelaten ook maar gelijk de moordenaar is.

Christel is dood, de werkelijke dader moet achter de tralies. Maar het bewijs komt niet rond zonder aanvullende gegevens dan die uit het "volledige dossier" van Peter R.de Vries.
De hele zaak bevat inmiddels alle opwindende en spectaculaire elementen van een dorpsklucht. Het meest verontrustend is echter dat magistratuur noch media blijk geven van nuchter en gezond verstand.

13 mei 2008

wiki's en meningen

"Een wiki is een applicatie of (web)toepassing, waarmee webdocumenten gezamenlijk kunnen worden bewerkt." Het idee is dat meerdere mensen aanwijzingen hebben over het onderwerp van zo'n document. Die brengen ze daar dan in samen.

Zolang het daarbij gaat over feitelijke zaken heeft dat kans van slagen. 'Een olifant is immers een olifant en niet een eend'. Natuurlijk zullen er allerlei misverstanden over bestaan en uit de weg geruimd moeten worden. Maar uiteindelijk komt een steeds vollediger beeld van die 'olifant' tot stand.
Alle aanwijzingen bevatten een kern van waarheid en centreren zich daarom rond een zeker gemiddelde.

Anders wordt het wanneer men gezamelijk een mening in een wiki wil vormgeven.
Meningen kunnen alle kanten opgaan; zij zijn een kwestie van smaak en onderhevig aan allerlei emoties. Zij centreren zich dus niet (altijd) rond een gemiddelde.
Over 'grenzen' bijvoorbeeld kunnen we de mening hebben dat ze 'gesloten moeten zijn', maar net zo goed dat ze 'geopend moeten zijn'. En allerlei nuances daar tussenin.
Waar meningen uiteenlopen kan een wiki dus eigenlijk alleen maar uitmonden in eindeloze discussies.

In het geval men toch in een wiki samen wil werken aan meningsvorming moet het uitgangspunt omgevormd worden naar een feitelijkheid.
In het voorbeeld zou samengewerkt kunnen worden aan 'de invloed van open resp. gesloten grenzen'.
Of men zou kunnen inventariseren wie welke mening is toegedaan. Of welke factoren daartoe aanleiding geven.
Zijnsoordelen dus, geen waardeoordelen.

Interactieve (internet)-instrumenten kunnen echter wel degelijk een rol spelen om tot waardeoordelen te komen. Zij zijn bij uitstek geschikt om meningen te peilen.
Het gaat echter meer om het (kwantitatieve) draagvlak dan om de (kwalitatieve) formulering er van.

20 april 2008

als de dollar valt

is de pakkende titel van een boekje van Willem Middelkoop. Hij zet er de lezer meteen mee op een verkeerd been, want het gaat niet over de gevolgen van een dollarcrash.
Wel geeft hij aan dat het op de dollar gebaseerde monetaire systeem op drijfzand gebouwd is. Daarbij wijst hij naar het Amerikaanse bankwezen dat de geldpers gebruikt om zichzelf te verrijken. Nogal complotterig, ook gezien de ondertitel: Wat Bankiers En Politici U Niet Vertellen Over Geld En De Kredietcrisis.
Hij lijkt terugkeer naar de Gouden Standaard als een verbetering te zien (zij het niet als oplossing voor de aankomende rampspoed).

Waar hij echter geen aandacht aan besteedt is de Waarde waarvoor al die dollars een tegenwaarde vormen.
Olie, Chinese producten &c. zijn allemaal betaald met papieren dollars. Die vertegenwoordigen dus (ooit geleverde) Waarde waarvoor OPEC en Chinezen (en verder iedereen die dollars heeft) in Amerika inkopen kunnen gaan doen. Alleen als de dollar valt zitten zij met papier terwijl de Amerikanen van hun olie en andere importproducten genoten hebben.
Waarom laten de Amerikanen dan niet hun dollar kelderen? Dan hebben ze toch de buit binnen?
Maar ze zouden zich daarmee in eigen vlees snijden. Ze zijn inmiddels volstrekt afhankelijk van import en die zou dan peperduur worden. Het is dus een kwestie van wederzijdse afhankelijkheid.

Dat ze zich verslikt hebben door op te grote voet te leven is een ander verhaal. Ze hebben immense schulden in de wereld. De wereld heeft dat toegestaan. Waarom? Omdat ze erop vertrouwen dat de Amerikanen die schulden wel weer zullen aflossen. En ja, dat duurt zolang als het duurt. (En het heeft inmiddels, 15-12-2009, geduurd zolang als het geduurd heeft.)

Herinvoering van de Gouden Standaard lijkt van Middelkoop een verbetering. In dat geval zou 150.000.000 kg goud de -nagenoeg vaste- tegenwaarde vormen van alle waarde of vermogen in de wereld. Voor het goede begrip: dat is nu ongeveer 25g per wereldbewoner. Maar er komen steeds meer mensen bij, dus is er steeds minder goud per persoon beschikbaar. Bovendien produceren alle hardwerkende mensen voortdurend meer waarde. Goud wordt dan dus steeds meer waard. Het omgekeerde van inflatie: deflatie.

Men wordt dus schijnbaar rijker alleen maar door zijn goud vast te houden. Goed nieuws, toch, of niet?
Het ontmoedigt echter de economische activiteit...
Men ruilt zijn goudkorreltje nu nog niet in, maar wacht nog even. Morgen kun je er meer voor krijgen. Waarmee de leverancier met zijn waren blijft zitten. En dus ook maar ophoudt met produceren.
In welke zin is dat een verbetering? Waar is dat een oplossing voor?

16 april 2008

productie en reproductie

Van (niet eens zo) oudsher komen nieuwe producten als volgt tot stand.

Een heldere geest verzint een oplossing voor een prangend probleem: een uitvinding. Vervolgens wordt 'een fabriek gebouwd' om die uitvinding te reproduceren. Productie als reproductie.

Fabrieken bouwen is een zaak van groot geld. Dat doe je dus niet zo maar; daarvoor stapt zo'n uitvinder naar een bedrijf.

In eerste instantie werden die fabrieken voor de eeuwigheid gebouwd. Later bleek echter dat producten niet eeuwig meegaan. Zij hebben een 'product life cycle': PLC.
Bedrijven konden voor hun voortbestaan niet wachten tot er weer een uitvinder aanklopte; zij gingen dus uitvinders -ontwerpers- in dienst nemen.
Exit privé-uitvinder want die kon het niet langer opnemen tegen de professionals. Probeer vandaag de dag nog maar eens een uitvinding op de markt te brengen.

Zo ontstond een klimaat dat de ontwikkeling van de technologie bevorderde. De PLC's werden er echter steeds korter mee. Met als gevolg dat de (re)productie-aantallen afnamen. Om dat allemaal winstgevend te houden werden daar de ontwikkelingen op gericht. Met succes.

De ondergrens voor (re)productie-aantallen is 1, stuksproductie. En die beginnen we hier en daar al aardig te benaderen. Misschien nog zozeer niet bij materiële producten, daarvoor zou het vaak zijn doel voorbijschieten. Maar wel degelijk bij diensten en virtuele producten.

Het is natuurlijk niet lonend om technologen en ontwikkelaars al die stuksproducten vorm te laten geven. Dat doen de klanten zelf. De technologie is zodanig in ontwikkeling dat ze daar de mogelijkheid toe krijgen. 'Life hackers' en andere pioniers zijn volop bezig die nieuwe wereld te verkennen.

Het lijntje door trekkend praten we niet meer over top-down re-productie van ideeën van geniale enkelingen. Maar van bottom-up oplossingen waarbij het onuitputtelijke reservoir aan wisdom-of-crowds benut wordt. Let's be creative!

09 april 2008

commentaar op Andrew Keen

check 'The Cult of the Amateur'
Als we praten over cultuur gaat het er niet alleen om wat 'waar' ís maar wat ook we met ons allen 'waar' vínden. Idealiter liggen die twee waarheden natuurlijk wel zo dicht mogelijk bij elkaar. Want anders houden we onszelf voor de gek.

Met de oude media konden we dat niet goed beoordelen omdat we maar een paar meningen en visies te zien kregen. Onvermijdelijk, zelfs als de media het oprecht objectief wilden behandelen; zij weten ook niet alles.
Nu komt de informatie van alle kanten, in een overvloed, en ongetwijfeld in een lage kwaliteit. Maar uit die middelmatigheid komt na verloop van tijd wel de beste benadering van wat 'waar' is bovendobberen.

Dat is wat mij betreft het goede nieuws. Maar er zijn ook zwarte scenario's mogelijk.
Web 2.0 is namelijk, zo bezien, niet zozeer democratisch als wel het op elkaar loslaten van vrije krachten. Van welke mening of visie dan ook. De survival of the fittest van ideeën.
Maar wat het resultaat van dat gevecht is zullen we wél moeten accepteren, ongeacht of we dat, democratisch, willen of niet. En er is geen weg terug want we zijn allang afhankelijk van internet.
En hoe kunnen we de richting waarin internet zich ontwikkelt is nog beïnvloeden?

Gelukkig zijn, denk ik, de dominante krachten niet gericht op oorlog en macht en andere vuiligheid. Want de 'vrije krachten' worden uitgeoefend door mensen en de meeste mensen streven naar vrede, liefde, geluk &c.

06 april 2008

ideeën en bits

Computers werken met bits: enen en nullen. Als computers met elkaar communiceren (bijvoorbeeld via internet) wisselen zij bits uit.
Mensen denken in ideeën. Als zij met elkaar communiceren wisselen zij ideeën uit.

Dat is een wezenlijk verschil. Als we willen dat mensen en computers werkelijk met elkaar kunnen communiceren moet dat verschil overkomen worden.

Anatoli Rapoport verduidelijkt dat aan de hand van een raadspelletje. Stel: 'ik' neem een woord in gedachten en 'jullie' moeten dat raden. Je mag er vragen over stellen.

Dan kun je daar op in gaan door alle letters van het alfabet af te lopen. Dit is wat je een computer zou kunnen laten doen. Iets preciezer: volgens de regels van de informatica.
Maar stel nu dat 'ik' nu niet een 'woord' in gedachten neem maar een 'idee'. Ideeën zijn veel vager en kunnen vaak niet eens in woorden gevat worden.
Hoe zou je daar nu naar kunnen raden?
Je kunt contextuele vragen stellen waarmee je het vraagstuk steeds verder inkadert. 'Gaat het over mensen, of over dieren, planten, dingen?' &c. Bij elke volgende vraag moet je dan weer een nieuwe context voor ogen te halen. Daar zijn mensen gelukkig vindingrijk genoeg voor.

Punt is dat er echter geen systematische manier is om alle mogelijke ideeën af te lopen, zoals bij de letters van het alfabet.
Waar computers met "eindige reeksen" van mogelijke oplossingen werken (uiteindelijk terug te voeren tot bit-reeksen) is het aantal mogelijke ideeën die mensen kunnen hebben bovendien praktisch onbeperkt.


Willen we computers (of internet) met mensen ideeën laten uitwisselen moeten we ze iets speciaals laten doen.

Een eerste stap is het maken van woordenlijsten en lijsten van locaties waar die woorden aangetroffen zijn. Dat is wat zoekmachines doen.
Maar met woorden hebben we nog geen ideeën. Als je iets te weten wil komen waar je de naam niet van kent kom je er niet mee.

Een tweede stap is dan het 'taggen', of labelen. Iemand heeft een associatie gemaakt en die vastgelegd in een tag. Daarmee is een context gevormd waarbinnen men kan zoeken. Dat kan ook een abstracte of onbewust aangelegde tag zijn. Bijvoorbeeld de extra opties waarop je gewezen wordt bij Amazon.com: 'other customers also bought this..'.

Een derde stap is daarnaast ook de aard van de relatie vast te leggen: onderwerp1, relatie, onderwerp2. We zitten dan heel dicht tegen elementaire zinnetjes aan als 'man bijt hond'. Ofwel volgens de structuur van het van de basisschool vast nog wel bekende onderwerp-gezegde-lijdend voorwerp.
Dit is de basis van de RDF standaard van het W3C, het "World Wide Web Consortium", en de elementaire bouwsteen van het 'semantische web'.

Het 'semantisch web' kan niet op eigen gelegenheid relevante (=in context geplaatste) informatie leveren. Maar het onthoudt de associaties/ relaties/ contexten die ooit door mensen zijn gelegd. Daarmee worden creatieve capaciteiten van de mensen en de geheugencapaciteiten van computers met elkaar verenigd.

23 maart 2008

The age of Aquarius?

Met een nieuwe eeuw staan we ook voor de opkomst van een nieuw tijdperk. Een nieuw tijdperk waarin we ons leven anders gaan inrichten. De redding misschien van wereldproblemen als klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, overbevolking &c.

Bij het begin beginnen: voor de industriele revolutie in de 19e eeuw was de invloed van de techniek marginaal. Productie was grotendeels gebaseerd op huisvlijt. De molenaar woonde op zijn molen, de schipper op zijn schip, de smid bij de smederij, &c. Het was geen vetpot; leven was vooral overleven, zoals het altijd geweest was.

Textiel werd ook thuis vervaardigd en door reizende handelaars verspreid. Maar met de uitvinding van spin- en weefmachines veranderde dat radicaal. Het waren grote machines die de productie overnamen van de huisvlijt, en tegen sterk gereduceerde kosten. Spinners en wevers moesten dus hun huis uit en in de fabriek aan het werk.

Na de textiel kwamen ook andere sektoren aan de beurt. 'Fabrieken' die eerst niet bestonden, werden de norm voor productie van goederen. Mensen, 'arbeiders', moesten dus 'naar hun werk'.
Deze productiewijze was bijzonder succesvol. Nog steeds wordt de economie gedragen door bedrijven die in de kern van de zaak georganiseerd zijn als de inmiddels aloude fabriek.

We zijn haast vergeten dat deze samenlevingsvorm gebaseerd is op een aanpassing die nodig was voor een beperking van de techniek. Fabrieken werden gebouwd rondom machines waar de mensen naar toe moesten om ze te bedienen. Andersom is niet eens denkbaar.

De 20e eeuw, die toen aanbrak, kreeg daardoor zijn karakteristieke aanzien. Techniek was een dominante factor in de economie.
En de mensen moesten zich aan de techniek aanpassen:
- De T-Ford kwam alleen uit in het zwart, Volkswagen had alleen de Kever, one size fits all. Mensen moesten zich er maar mee redden.
- Nog niet eens zolang geleden (maar nog wel in de 20e eeuw) had ik een collega die internationaal contacten moest onderhouden. Daarom zat hij van 07:00 tot ca. 20:00 naast de telefoon, noodgedwongen op kantoor. Als die niet overging had hij eigenlijk niets te doen (en daar hadden wij dan last van).
-En welbeschouwd is ook het fileprobleem het gevolg van een beperking van de techniek.

bron: http://us.st11.yimg.com/us.st.yimg.com/I/paulgraham_2002_8609563

Maar de techniek ontwikkelt zich. Steeds meer beperkingen werden opgeheven en het werd mogelijk om aan de behoeften van de mensen tegemoet te komen. Met GSM en GPS zijn heel veel taken ineens plaatsonafhankelijk geworden. En met internet is bijna alle informatie ter wereld onder handbereik.

Waar in de 20e eeuw de mensen onder het juk leefden van de techniek worden de rollen nu omgedraaid.
In plaats van 'one size fits all' worden mensen in staat gesteld hun eigen oplossingen te creëren.

We staan aan de vooravond van deze ontwikkelingen en we moeten nog erg veel leren. Maar waar kan het anders toe leiden dan naar een wereld waarin creativiteit en zelfverwezenlijking zich in alle vrijheid en diversiteit kunnen ontplooien?