Aanbevolen post

Mijn politieke programma op 1 A4-tje

Als Geert het kan, kan ik het ook, dacht ik, dus: Samenleven is het alternatief voor ieder-voor-zich-met-het-recht-van-de-sterkste-als-ge...

14 juni 2024

wel apart dat we 7 maanden met 31 dagen hebben

Hadden we 5 maanden met 31 dagen, en 7 met 30, kwamen we netjes uit op 365 dagen in n jaar.
In n schrikkeljaar dan 6 maanden met 31 dagen, en 6 met 30, kwamen we nog netter op 366. 

Dat ik bijna 65 moest worden om daar achter te komen.
Ik vermoed dat Caesar Augustus met zijn maand niet onder wilde doen voor die van Julius Caesar. Mannetjes.

Ik stel voor dat we alle korte maanden 31 dagen geven en alle lange 30.
Alleen in schrikkeljaren krijgt december er een dag bij.

15 januari 2024

verdeling wind-vermogen

Wat is het gemiddelde windvermogenaanbod op een locatie?
En welke effectieve windsnelheid past daar bij?

De kinetische energie van een volume lucht met
frontaal oppervlak A,
lengte wΔt
en massa m = ρA wΔt, is
1/2 m w2 =
1/2 ρA wΔt w2 =
1/2 ρA Δt w3
Over tijdsduur Δt vertegenwoordigt dat een vermogen
P(w) = 1/2 ρA w3
(1)
Lage windsnelheden komen vaker voor dan hoge.
De windsnelheidsverdeling (blauw) op een locatie, zal wel een maximum frequentie vertonen rond 20km/u tot 30km/u, en aflopen naar de de hoogste voorkomende windsnelheid wtop.
De laagste windsnelheden dragen relatief weinig bij aan het gemiddelde vermogen (zie (1)). Bij het modelleren van de verdeling kunnen die verwaarloosd worden.


Voor een eerste orde benadering lijkt een lineair afnemende verdeling (rood) geschikt.

F(w) = F(0) - c×w

(2)

met

  • F als verdelingsfunctie van de windsnelheden,
  • 0 ≦ de windsnelheid w ≦ wtop, de hoogst voorkomende windsnelheid,
  • -c de lineaire richtingscoëfficiënt.

F(wtop) = 0 dus

0 = F(0) - c × wtop

F(0) = c × wtop

c = F(0) / wtop

(3)

Alle frequenties in F tellen op tot 1
in dit geval de oppervlakte van de driehoek onder de grafiek,
met basis wtop maal halve hoogte F(0) / 2 :

wtop × F(0) / 2 = 1

F(0) = 2 / wtop

(4)

(3) en (4) invullen in (2) levert dus voor 0 ≦ w ≦ wtop

F(w) = 2 / wtop - F(0)/wtop × w

F(w) = 2 / wtop - 2 / wtop2 × w

F(w) = (2 / wtop) (1 - w / wtop)
(5)
De verdeling van het vermogen PF(w) wordt dan
F(w)P(w) =
(2 / wtop) (1 - w / wtop)(1/2 ρA w3)
of
(wtop/ρA) PF(w) = w3 (1 - w / wtop)
(6)
∫w3 (1 - w / wtop) dw =
∫(w3 - w4 / wtop) dw =
|(w4/4 - w5 / 5wtop) =
w4|(1/4 - w / 5wtop) =
wtop4(1/4 - wtop/5wtop) - 04(1/4 - 0/5wtop) =
wtop4(1/4 - 1/5) - 0 =
(1/20)wtop4
(7)
Het gemiddelde of verwachte vermogen is
((ρA)/20) wtop4/wtop =
((ρA)/20) wtop3
(8)
Dat is 1/10e van het vermogen bij uitzonderlijke storm.

Op een locatie hoef je dus alleen maar de snelheid te weten van wat plaatselijk de uitzonderlijke storm is, om er het gemiddelde windvermogen te schatten.
Uit de grafiek kun je opmaken dat er wel aanzienlijke afwijkingen zijn. Vooral omdat hoge windsnelheden zo veel invloed hebben.
In de praktijk zou de factor best tussen 1/12 en 1/8 kunnen liggen.
Voor de effectieve windsnelheid, weff, die dat gemiddelde vemogen levert, geldt
P(weff) =
(ρA/2) weff3 =
(ρA/20) wtop3=
(ρA/2) ( wtop/∛10 )3
De effectieve windsnelheid,
weff = wtop/(∛10) = 0,464 wtop
(9)
Met de eerder gesuggereerde onzekerheidsmarge kun je dus een factor tussen 0,437 en 0,500 verwachten.
PF(w) heeft een maximum
waar dPF/dw = 0
3w2 - (4/wtop) w3 = 0
3- (4/wtop) w = 0 of w=0
w = 3/4 × wtop
(10)
Opmerkelijk. Maar wat betekent het?