13 januari 2008

eenheid door verscheidenheid

Samenwerken kan op twee manieren, die wezenlijk van elkaar verschillen. De eerste is die van het bundelen van krachten. De tweede die van bundelen van kennis.

Als iedereen maar zijn eigen kant op trekt of duwt gebeurt er niets. Onze gezamenlijke kracht is dan nul. Voor het bundelen van krachten is het dus handig als die in één richting gebracht worden. Dit is de manier van samenwerken die we van oudsher gewend zijn: "alle neuzen in dezelfde richting laten wijzen". Eenheid door uniformiteit.

Maar voor het bundelen van kennis ligt het anders. Velen weten meer dan één. Behalve als iedereen hetzelfde weet. Iedereen heeft anders namelijk wel een beetje informatie. Als we al die beetjes bij elkaar brengen dan is onze gezamenlijke kennis toegenomen. Eenheid door verscheidenheid.

Zelfs als iedereen zich vergist blijft dat opgaan! Want voor iedere vergissing de ene kant op staat dan wel iemand met een tegengestelde vergissing. Als we die uitmiddelen komt de correcte informatie bovendrijven.
Heel logisch, maar het lijkt wel een wonder.

Er verschuilen zich echter wel een paar addertjes onder het gras.

Ten eerste moet het aantal mensen groot genoeg zijn. Hoe meer des te beter.

Er mag ook geen sprake zijn van onderlinge beïnvloeding. Mensen hebben anders de onhebbelijke neiging om zich te conformeren. Dat verstoort de variatie in de 'vergissingen'. Die middelen dan niet meer goed uit.
Voorts moet onderscheid gemaakt worden tussen meningen en (feiten)-kennis. Of, helderder, tussen 'soll'- en 'ist'-waarden.

'Soll'-waarden (uit het Duits) omschrijven hoe iets zou moeten zijn. Wat men wil dus, een ideaal of wensbeeld. Het gemiddelde van de soll-waarden (meningen) geeft weer 'welke kant de neuzen staan', gemiddeld. Dat zegt iets over de ondervraagden maar niets over de feitelijke toestand.

'Ist'-waarden (ook uit het Duits) beschrijven hoe iets daadwerkelijk is. Ist-waarden (feitenkennis) middelen uit, zoals hier bedoeld, tot verbluffend correcte informatie.